LOGIN
EduVip
Bartimeus | Visio | Sensis

spelmogelijkheden

Spelmogelijkheden voor visueel beperkte leerlingen

1. Goalbal

Dit spel wordt veel door blinde leerlingen gespeeld, maar is ook te spelen door slechtziende leerlingen.

Aantal spelers: 1-1, 2-2 of 3-3; afhankelijk van de ruimte in de zaal of gang.

Bal: er wordt een wat zwaardere bal gebruikt; afhankelijk van de visus van de visueel beperkte leerling kunnen er rinkels in de bal zitten.

Doel: de bal wordt over de grond (met een onderhandse worp) gerold naar de overkant in het doel. De grootte van het doel is afhankelijk van het aantal spe­lers. Wordt er 1 tegen 1 gespeeld dan kan een gekantelde bank als doel dienen. Bij meer spelers een deel van de muur.

Regels: de bal moet voor de middenlijn op de grond zijn. Komt de bal over de middenlijn op de grond dan is dit een "worp" en krijgt de speler een straf b.v. het doel mag maar door 1 speler verdedigd worden of de andere speler mag van dichterbij rollen.

2. Show-down

Aantal spelers: 1-1, 2-2 of 3-3

Opstelling: 2 banken op de zijkant worden achter elkaar geplaatst op een turn­mat breedte van een muur af. Aan beide uiteinden van de banken liggen 1, 2 of 3 matten naast elkaar (afhankelijk van het aantal èn niveau van de spelers).

muur

turnmat

2 banken

Materiaal: gatenhockeybal met belletjes en voor iedere leerling een slaghout of plank.

Doel: schuif de bal over de grond naar de overkant en probeer de voorkant van de turnmat te raken (doelpunt). De bal mag alleen verdedigd worden met de plank.

3. Slagbal

Slagbal kan goed gespeeld worden door visueel beperkte leerlingen als de bal over de grond geslagen wordt en gerold naar de brander of als er een grote bal wordt gebruikt (b.v. een volleybal). Is de visus erg slecht dan kan de visueel beperkte leerling steeds meespelen in de slagpartij.

De gewone slagbal regels kunnen gevolgd worden.

4. Busserbal

Aantal spelers: veld en looppartij.

Opstelling: in het veld liggen 4 matten, daarbuiten op kleine afstand van de matten staan 4 pillonnen, op de laatste pilon ligt een bal.

De afstand tussen de matten is afhankelijk van het niveau van de spelers, het moet spannend blijven!

Bal: grote goed zichtbare bal (b.v. volleybal).

Doel: 1 speler van de looppartij gooit vanachter een lijn de bal het veld in en loopt, buiten de pillonnen om, rechtsom rond en probeert de bal van de laatste pilon af te tikken. De veldpartij pakt de geworpen bal en gooit deze naar de speler die bij de eerste mat staat, deze gooit de bal naar nr.2 op mat 2, vervol­gens naar 3 en tot slot naar mat 4, deze speler gooit de bal van de pilon af. De bal moet dus altijd eerst naar mat 1 gegooid worden en dan pas verder.

Wie heeft als eerste de bal van de pilon afgegooid, deze partij krijgt een punt.

Wisselen: als iedereen loper is geweest of als de veldpartij 3 punten heeft ge­maakt.

5. Trefbal

Trefbal kan goed gespeeld worden. Op Bartiméus wordt het iets aangepast gespeeld. De bal moet onderhands gegooid worden. Je bent geraakt als de bal de onderbe¬≠nen of voeten raakt en er mag afgeweerd worden. Dit is een hele veilige vorm.

Er wordt nooit met 2 ballen gespeeld, omdat de visueel beperkte al moeite heeft om 1 bal te volgen, laat staan 2!

6. Stuitbal

Dit spel kan goed gespeeld worden doordat de bal vertraagd wordt middels een stuit, de visueel beperkte leerling krijgt meer tijd om te reageren.

Aantal spelers: 1-1, 2-2 enz.

Opstelling: 2 partijen, gescheiden door een laag net (ongeveer 1 m. hoog), staan tegenover elkaar.

Bal: goed stuitende bal

Doel: gooi de bal over het net en probeer de bal daar 2 keer te laten stuiten binnen de lijnen. Lukt dit dan is dit een punt.

Regels:

niet lopen met de bal;

de bal mag het net niet raken;

wordt de bal nadat deze 1 keer gestuit heeft aangeraakt en komt dan tegen de muur of buiten de lijnen, dan is dit ook een punt.

7. Prellbal / Vuistbal

Dit spel lijkt op stuitbal en wordt ook wel vuistbal genoemd, ook in dit spel wordt de bal vertraagd.

Aantal spelers: 1-1, 2-2 enz.

Opstelling: 2 partijen, gescheiden door een bank op de middenlijn, staan tegen­over elkaar.

Bal: goed stuitende bal.

Doel: vanaf rechtsachter wordt de bal met een tafeltennis-service in het spel gebracht (de bal moet eerst de eigen helft raken). De bal moet blijven stuiteren en mag niet gevangen worden (is het niveau van de leerling te laag dan wel). De bal mag max. 5 keer achter elkaar geraakt worden. De bal is goed als de bal in het vak van de andere partij komt of daar iemand raakt.

Regels: als de bal iets (muur, plafond) raakt buiten het vak/veld, is er een punt gescoord. Uitzondering: een speler die buiten het vak staat mag de bal terugtik­ken (als bij volleybal). De bank mag niet geraakt worden.

8. Tienen

Een spelvorm met basketballen.

Aantal spelers: 2 of meer.

Bal: goed zichtbare basketbal.

Doel: vanachter een lijn brengt speler 1 de bal in het spel door op de basket te mikken. Gaat de bal door de basket krijgt hij 2 punten en mag opnieuw doelen.

Mist speler 1 dan mag speler 2 doelen vanaf een plaats in het veld waar hij de bal de pakken krijgt. Scoort hij vanaf deze plek dan krijgt hij 1 punt en gaat terug naar het startpunt (de beginlijn) en probeert weer te doelen. Mist speler 2 dan probeert speler 3 de bal weer zo snel mogelijk te pakken enz.

Wie heeft als eerste 10 punten.

Alle genoemde spelen kunnen aangepast worden aan de situatie en de groep die voor U staat. De regels kunt U samen met de leerlingen aanpassen om het spel te laten lopen of aantrekkelijker te maken.

Naast deze spelen, die toch een competitie element bevatten, kunnen ook op­drachten voor samenwerking gegeven worden.

Samenwerkingsopdrachten

- Hoe vaak sla je samen de shuttle over en weer bij badminton?

- Tennissen tegen de muur (om en om tegen de muur slaan).

- Gericht een hockeybal overslaan (door poortjes, of een kegel ommikken).

- Een bal ergens door heen gooien (b.v. door een opgehangen hoepel).

- Voetbal mikken.

- Stoepranden: de stoeprand wordt gemaakt door banken.

- Bowlen of kegelen.

- Bal over de streep (eventueel met grote ballen), de bal die geraakt moet worden

moet goed zichtbaar zijn.

Deze samenwerkingsopdrachten kunnen met of zonder punten gespeeld worden.

Als U uw fantasie gebruikt zijn er spannende mikopdrachten te verzinnen.