spring naar de inhoud

Zoeken

Uitgebreid zoeken

  • 1. Vakgebieden
  • 2. Waarover
  • 3. In welke vorm
  • 4. Type onderwijs
  • 5. Type leerling

De gebruikersomgeving van Windows XP aanpassen

29 september 2007

 

 

2.1 Inleiding

Slechtziende mensen kunnen, als ze heel dicht op de monitor kruipen, soms nog net zonder hulpmiddelen de informatie op de monitor lezen. Vaak geven zij de voorkeur aan deze werkwijze, omdat zij zonder gebruikmaking van vergrotingshulpmiddelen het overzicht over het beeldscherm houden. De slechte werkhouding die hierdoor ontstaat (voorovergebogen, hangend op tafel) nemen zij dan voor lief. Op termijn kan dit resulteren in nek- en schouderklachten. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat zij aangewezen zijn op het gebruik van een vergrotingsprogramma. Er zijn een aantal andere mogelijkheden om de monitor af te lezen in een ergonomisch correcte werkhouding (zie voor ergonomie hoofdstuk 10). Een mogelijkheid is het aanpassen van de
gebruikersomgeving van Windows. Bijvoorbeeld door zonder gebruik te maken van hulpprogrammatuur, de letters uit te vergroten tot 1,5 keer de standaard weergave. In vergelijking met een vergrotingsprogramma (2 tot 32 keer vergroting mogelijk) is dit natuurlijk minimaal, maar voor een aantal slechtzienden is dit al voldoende om in een goede en prettige werkhouding de monitor af te kunnen lezen, terwijl een volledig schermoverzicht behouden blijft.
In dit hoofdstuk staan de aanpassingsmogelijkheden beschreven die Windows biedt voor mensen met een visuele beperking.

Belangrijk!

Indien iemand gebruik maakt van een hulpmiddel, kunnen bepaalde functies van
het hulpmiddel het niet doen indien Windows niet volgens de
standaardconfiguratie staat ingesteld. Voor leerlingen die hulpmiddelen
gebruiken en gebruik willen maken van afwijkende Windowsinstellingen, wordt
aangeraden de instellingsmogelijkheden van de hulpmiddelen te benutten.

Naar snelmenu

2.2 Alternatieven voor de muisaanwijzer

Een veelgehoord probleem is het vinden van de muiscursor. In de standaard Windowsconfiguratie wordt deze in een witte kleur weergegeven op een witte achtergrond. Gelukkig zit er nog een uiterst dun, zwart randje omheen, zodat de goed ziende de muiscursor kan onderscheiden van de achtergrond. Voor visueel gehandicapten heeft Microsoft enkele handigheidjes in Windows ingebouwd om toch de muiscursor op te kunnen sporen. Deze staan weergegeven in het dialoogvenster ‘eigenschappen voor de muis’.

Dit dialoogvenster is als volgt te vinden:

  • Open het startmenu van Windows
  • Ga naar het menu ‘Instellingen’
  • Ga naar ‘Configuratiescherm’
  • Dubbelklik op het pictogram ‘Muis’

In het dialoogvenster dat zich nu opent staan diverse tabbladen met instelmogelijkheden. Met name de opties ‘Aanwijzers’ en ‘Beweging’ zijn interessant voor visueel gehandicapten.

2.2.1 De muispijl wijzigen

 

Afbeelding 2.1  Eigenschappen voor de muis
Afbeelding 2.1 Eigenschappen voor de muis

In Windows staan een aantal muiscursors opgeslagen (let op: deze moeten wel ge√Ønstalleerd zijn. Het is namelijk mogelijk om tijdens het installatieproces te kiezen de muiscursors niet te installeren). Klik één keer op het tabblad ‘Aanwijzers’. De verschillende muiscursors staan opgeslagen onder ‘Schema’. Als u één keer klikt op het keuzevak onder ‘Schema’, opent zich een menu met een aantal muiscursors. De cursors ‘Windows omgekeerd (extra groot)’ en ‘Windows-standaard (extra groot)’ zijn voorbeelden van goed zichtbare muiscursors. U kunt de cursors selecteren door op het gewenste schema te klikken of met behulp van de pijltjestoetsen. Een voorbeeld van de geselecteerde cursor verschijnt in het voorbeeldvenster onder het keuzemenu. Om de wijziging te bevestigen klikt u één keer op ‘OK’ of drukt u op de entertoets. Indien er geen geschikte muiscursor bij zit, dan bestaat er nog de mogelijkheid een muiscursor te gebruiken van een ander bestand. Uiteraard moet u wel in het bezit zijn van zo’n bestand en weten waar deze te vinden is op de computer. U klikt in dat geval op de knop ‘Bladeren’. Een nieuw dialoogvenster verschijnt waarin u een bestand kan openen op dezelfde wijze als in Word. De muiscursor wordt automatisch ge√Ønstalleerd. Ook bij een volgende keer opstarten van de computer wordt deze cursor gebruikt als muiscursor. Verder bestaan er speciale programma’s om de muiscursor aan te passen aan de wensen van de gebruiker (kleur, grootte, rand)
zoals bijvoorbeeld het programma CrossLayer.

Naar snelmenu

2.2.2 Opties voor de muisaanwijzer

 

Afbeelding 2.2  Opties voor de aanwijzer
Afbeelding 2.2 Opties voor de aanwijzer

 

Op het tabblad ‘Opties voor de muisaanwijzer’ staan een aantal handigheidjes
om het terugvinden van de cursor te vergemakkelijken. Bijvoorbeeld het
aanwijsspoor: op het moment dat de muis wordt bewogen laat de muispijl een spoor
van muispijlen achter onder het motto: tien muispijlen zijn beter te vinden dan
één. Een andere mogelijkheid is de ‘Ctrl-zoekoptie’. Indien de Ctrl-toets wordt
ingedrukt, verschijnen er grote, naar de cursor toe bewegende kringen om de
muiscursor.
Een andere veel toegepaste truc om de muiscursor terug te vinden is het
verplaatsen van de muis naar een vaste plek op het scherm: bijvoorbeeld de
linker bovenhoek. De gebruiker weet direct waar hij de muispijl moet zoeken.
Aparte muisinstellingen zijn dan helemaal niet nodig.

2.2.3 Toetsenbord

Vrijwel alle knoppen, plaatjes, menu’s e.d. zijn te bereiken met gebruik van het toetsenbord: via tekstmenu’s of sneltoetsen. Het voordeel hiervan is dat u geen energie hoeft te verspillen aan het zoeken van de muiscursor. Bovendien werkt deze methode veel sneller. Een nadeel van het werken met sneltoetsen is dat veel commando’s uit het hoofd geleerd moeten worden.

Bijvoorbeeld: om in Word een bestand te openen zijn er drie mogelijkheden:

  1. Met de muis: één keer klikken op het pictogram voor ‘Openen’
  2. Menu: ALT, met pijltjestoetsen ‘Openen‚Ķ’ selecteren, enter
  3. Sneltoetsen: CTRL+O

    Naar snelmenu

2.2.4 Sneltoetsen

Sneltoets is een ander woord voor toetsencombinatie. Met behulp van sneltoetsen is het mogelijk zonder muis te werken. Een overzicht van de meest gebruikte sneltoetsen voor Windows en Windows-applicaties is te vinden in de bijlagen. Door het indrukken van sneltoetsen komt u soms in een dialoogvenster terecht. In dialoogvensters kunt u ook weer gebruik maken van sneltoetsen. De sneltoets voor een functie of menuoptie is de Alt-toets in combinatie met de letter die onderstreept is. Om bijvoorbeeld een bestand te openen kunt u naar de menuoptie ‘Bestand’ gaan met de sneltoets Alt+B. De focus gaat dan naar de menuoptie ‘Bestand’. Het menu opent zich automatisch of met een druk op de Enter-toets of de Pijl-omlaag toets. Om vervolgens de ‘Openen’ optie te kiezen kan worden gedrukt op de ‘O’ zonder de Alt-toets omdat de O hier geen ander betekenis kan hebben. Wilt u in het dialoogvenster dat volgt de focus snel naar de optie ‘Zoeken in’ verplaatsen dan is de sneltoets hiervoor Alt+K. Immers, de k van ‘Zoeken in’ is onderstreept. Ook in menu’s komt u onderstreepte letters tegen. Indien u in een menu de focus snel naar een bepaalde optie wilt verplaatsen, drukt u alleen de toets die correspondeert met onderstreepte letter in (dus zonder de Alt-toets). Niet alle opties in een dialoogvenster zijn te bereiken met behulp van sneltoetsen. In dat geval biedt de Tab-toets een uitkomst (zie verder in dit hoofdstuk).

 

2.2.5 Toegankelijkheidsopties

 

Afbeelding 2.3 Toegankelijkheidsopties
Afbeelding 2.3 Toegankelijkheidsopties

Voor leerlingen met motorische problemen heeft Microsoft een aantal
toegankelijkheidsopties in Windows gebouwd om een eenvoudigere bediening
mogelijk te maken. Bijvoorbeeld het voorkomen van meerdere toetsaanslagen bij
spastische kinderen of het instellen van plaktoetsen voor kinderen die niet in
staat zijn om meerdere toetsen tegelijk in te drukken (wat nodig is voor het
werken met sneltoetsen). U kunt de toegankelijkheidsopties instellen in het
Configuratiescherm onder toegankelijkheidsopties. De uitleg bij alle
afzonderlijke opties spreken voor zich en worden daarom hier niet verder
toegelicht.

 

Naar snelmenu

2.3 Aanpassen van de lettergrootte, het lettertype en de kleurweergave

De lettergrootte kan op twee manieren worden aangepast.

2.3.1 Resolutie aanpassen

 

Afbeelding 2.4  Eigenschappenblad beeldscherm
Afbeelding 2.4 Eigenschappenblad beeldscherm

Een optie voor het uitvergroten van de weergave op het beeldscherm is het aanpassen van de resolutie. Hoe lager de resolutie (het aantal pixels per inch), hoe groter de weergave van alle items op het beeldscherm. Dus niet alleen de letters worden uitvergroot door het aanpassen van de resolutie, maar ook de pictogrammen en de knoppen. De resolutie aanpassen is mogelijk in het Configuratiescherm onder Beeldscherm, tabblad Instellingen. In vastgestelde stappen kan de resolutie d.m.v. een schuifschakelaar ingesteld worden.

Naar snelmenu

Afbeelding 2.5  Eigenschappenblad resolutie instelling
Afbeelding 2.5 Eigenschappenblad resolutie instelling

Onder de knop Geavanceerd kan daarnaast ook de algemene tekengrootte worden
ingesteld in het tabblad ‘Algemeen‚Äô.

Kies daarvoor bij Dpi-instellingen Normaal of Groot.

Dit kan tot gevolg hebben dat sommige knoppen buiten het beeldscherm vallen. Sommige schermen (zoals TFT-schermen) hebben een voorkeursresolutie en werken niet
goed met andere resoluties. Letters worden bv onscherp weergegeven. Een voordeel van het aanpassen van de resolutie is dat de tekst in de dialoogvensters op deze manier iets wordt vergroot. (Bij andere lettervergrotingen is dat niet het geval.) Deze vergroting is overigens wel minimaal.

Naar snelmenu

2.3.2 Configuratiescherm

De lettergrootte, het lettertype en de kleurinstellingen zijn ook te wijzigen met behulp van het Configuratiescherm > Beeldscherm > Vormgeving. Deze veranderingen hebben een permanent karakter; dat wil zeggen dat de vensters van alle programma’s mee veranderen. Bij een volgende keer dat de computer wordt opgestart, verschijnen automatisch de kleuren en lettertypen die de vorige keer zijn ingesteld. Alle teksten kunnen worden gewijzigd met behulp van het Configuratiescherm.
In dialoogvensters worden niet altijd alle kleuren en lettergroottes
veranderingen overgenomen. De lettergrootte in vensters die programmaspecifiek zijn, zoals in Word het invoerveld waar u de tekst van het document typt, kan in het programma zelf worden aangepast.

Afbeelding 2.6  Eigenschappenblad beeldscherm vormgeving
Afbeelding 2.6 Eigenschappenblad beeldscherm vormgeving

De lay-out van Windows te wijzigen gaat als volgt:

  • Ga in het startmenu naar Instellingen;
  • Ga naar het configuratiescherm;
  • Dubbelklik op het pictogram ‘Beeldscherm’ ;
  • kies op het tabblad ‘Vormgeving’.

Het volgende dialoogvenster verschijnt:

Het tabblad is verdeeld in twee helften. De onderste helft wordt gebruikt om wijzigingen aan te brengen in de vormgeving van Windows. De bovenste helft toont een voorbeeld van de vormgeving. Dus op het moment dat er wijzigingen worden aangebracht in het onderste deel van het tabblad, kunt u het effect van deze wijziging in de bovenste helft beoordelen. Zo wordt snel zichtbaar of een bepaalde lettergrootte leesbaar is.

Er zijn twee mogelijkheden: of u maakt gebruik van een bestaand configuratieschema of u past elk item afzonderlijk aan.

Naar snelmenu

2.3.3 Bestaande configuratieschema’s

 

Afbeelding 2.7  Eigenschappenblad beeldscherm vormgeving
Afbeelding 2.7 Eigenschappenblad beeldscherm vormgeving

Als u gebruik wilt maken van een bestaand kleurenschema heeft u de meeste
mogelijkheden als u de weergave onder ‘vensters en knoppen‚Äù op Windows Klassiek
instelt. Bij kleurencombinatie kunt u een kleurenschema instellen. Door met de
muis op de vervolg-keuzelijst onder ‘kleurenschema’ te klikken wordt een lijst
geopend. Met de pijltjestoetsen ‘omhoog’ of ‘omlaag’ kunt u de opgeslagen
schema’s bekijken in het voorbeeldvenster. Indien er een geschikt schema bij zit
drukt u twee maal op enter of klikt u met de muis op de knop ‘OK’. Windows wordt
aangepast volgens de instellingen van dat schema. De hoog contrast schema’s zijn
met name bruikbaar voor visueel gehandicapten. Indien er geen bruikbaar schema
tussen de opgeslagen schema’s zit, is het mogelijk een eigen schema samen te
stellen en op te slaan. Dit kunt u doen door alle items afzonderlijk aan te
passen (zie hieronder).
Op dezelfde manier kiest u onder tekengrootte de gewenste grootte van de
teksten: normaal, extra groot of groot.

Naar snelmenu

Items aanpassen

Indien u alle items van Windows (zoals een pictogram, een menu, een selectie)
apart wilt aanpassen kiest u de knop ‘geavanceerd‚Äô. Sommige items zijn niet
onafhankelijk van elkaar te veranderen. Klik met de muis op de
vervolg-keuzelijst onder ‘Item’ en kies vervolgens in de lijst het item uit dat
u wilt aanpassen. Indien u de naam van een bepaald item niet weet, klik dan in
het voorbeeldvenster met de muis op het item dat u wilt veranderen. De naam van
het item verschijnt automatisch in de vervolg-keuzelijst onder ‘Item’.
Vervolgens zijn er een aantal opties: formaat aanpassen (van objecten),
achtergrondkleur aanpassen, puntsgrootte van de letter aanpassen, kleur van de
letter en een letter vet of cursief maken. Niet bij alle items zijn al deze
aanpassingen mogelijk.

Afbeelding 2.8  Eigenschappenblad beeldscherm vormgeving, item aanpassen
Afbeelding 2.8 Eigenschappenblad beeldscherm,
vormgeving, item aanpassen

U kunt een item wijzigen door met de muis op de invulvakken te klikken en vervolgens de gewenste waarde te kiezen.
Bijvoorbeeld: u wilt een actieve titelbalk met een puntsgrootte van 18, een vette, zwarte letter op een gele achtergrond. Dan klikt u op het invulvak ‘Item’. Een lijst wordt geopend. In deze lijst selecteert u ‘Actieve titelbalk’. Vervolgens past u de achtergrondkleur aan door op het bovenste invulvak onder ‘Kleur’ te klikken: een kleurenpallet komt te voorschijn en u klikt op geel (bij de nieuwste versie van Windows is er tevens een vakje ‘Kleur 2′. Hiermee kunt u een kleur laten verlopen. Dit kan erg mooi zijn, maar voor slechtzienden is het onaantrekkelijk. Maak dan ook kleur 2 geel). Dan klikt u op het invulvak onder ‘Punten’ en typt 18 in. De letterkleur verandert op dezelfde wijze, maar u klikt nu op het onderste invulvak van ‘Kleur’. U maakt de letter vet door op de ‘B’ te klikken. Het hiernaast staande venster verschijnt.

Klik op de knop ‘Toepassen’ om de nieuwe instellingen te activeren.

Zoals eerder vermeld, zijn niet alle items afzonderlijk van elkaar aan te passen. In dit voorbeeld is te zien dat ook de lettergrootte van het niet-actieve venster mee is veranderd.

Naar snelmenu

2.4 Vergrootglas

De versies Windows ’98 en recenter hebben nog een toegankelijkheidsoptie voor gebruikers met een visuele beperking: het vergrootglas. Als u het programma opstart lijkt het in eerste instantie inderdaad een vergrootglas. Maar er zijn enkele (grote) nadelen aan dit hulpmiddel verbonden. Het vergrootglas is qua functionaliteit op geen enkele manier te vergelijken met een vergrootglas van een hulpmiddel als Zoomtekst of
Lunar. De letters worden bijvoorbeeld niet afgerond, maar worden brokkelig weergegeven (zie afbeelding 2.9).

 

Afbeelding 2.9  Tekstweergave in het vergrootglas van Windows
Afbeelding 2.9 Tekstweergave in het vergrootglas van Windows

Een ander nadeel van het Windows vergrootglas is dat deze alleen goed functioneert als er slechts één programma is opgestart. Indien meerder vensters over elkaar heen gebruikt worden, laat het vergrootglas soms niets anders zien dan een grijs vlak. Het vergrootglas is niet eenvoudig aan- en uit te schakelen, wat bij vergrootglazen van hulpmiddelen wel mogelijk is. Minimaliseren behoort ook niet tot de mogelijkheden. Tot u het programmavenster van het vergrootglas sluit, zit u dus met het vergrootglas opgescheept. Verplaatsen is wel mogelijk, de kaders van het vergrotingsvenster kunnen ook worden aangepast. Maar ergens op het beeldscherm zult u ruimte moeten opofferen voor het vergrootglas. Voor wie is het vergrootglas dan wel geschikt? Geen idee. Misschien voor mensen die heel weinig gebruik maken van een computer en zeker niet meer dan één programma tegelijk gebruiken. Of mensen die goed kunnen werken met de aangepaste instellingen van Windows, maar moeite hebben met het aflezen van dialoogvensters. Deze mensen zouden het gebruik van het Windows vergrootglas kunnen overwegen, maar een gewone handloep werkt over het algemeen beter en sneller.

 

Afbeelding 2.10 Instellingen vergrootglas
Afbeelding 2.10 Instellingen vergrootglas

Desondanks, het vergrootglas is als volgt op te starten:

 

Klik op de startknop van Windows;

  • Selecteer ‘Programma’s';
  • Selecteer ‘Bureauaccessoires’;
  • Selecteer ‘Toegankelijkheid’;
  • Selecteer ‘Vergrootglas’;
  • Het venster van afbeelding 2.10 verschijnt.

OPMERKING:

Indien iemand gebruik maakt van een hulpmiddel, kunnen bepaalde functies van het hulpmiddel het niet doen indien Windows niet volgens de standaardconfiguratie staat ingesteld.

 

Naar snelmenu

2.5 Wizard toegankelijkheid

Microsoft heeft een Wizard ontwikkeld waarin u op een eenvoudige
manier op beperkte schaal bovengenoemde aanpassingen kunt instellen. De Wizard
toegankelijkheid is een hulpprogrammaatje die aan de hand van vragen, stap voor
stap de gewenste aanpassingen instelt.

Afbeelding 2.11  Wizard toegankelijkheid
Afbeelding 2.11 Wizard toegankelijkheid

De Wizard
start u als volgt op:

  • Ga naar het startmenu

  • Kies Programma‚Äôs (of Alle programma‚Äôs)

  • Kies Bureau-accessoires

  • Kies Toegankelijkheid

  • Kies Wizard Toegankelijkheid

Voordeel van de Wizard is dat u op een zeer eenvoudige manier de
computer kunt aanpassen aan de beperkingen van de gebruiker. Het enige wat u
moet doen is de instructies opvolgen en uw computer wordt automatisch aangepast.
Nadeel is dat het aantal aanpassingen beperkter is dan wanneer u de aanpassingen
zelf zou instellen in het configuratiescherm.

Naar snelmenu

 

2.6 Programmaspecifieke instellingen

Zoals hierboven vermeld, zullen de vensters van alle Windows programma’s veranderen als de configuratie-eigenschappen van Windows worden gewijzigd. Wat niet aangepast kan worden (met uitzondering van enkele kleurinstellingen), is de inhoud van de vensters. In deze paragraaf de belangrijkste aanpassingsmogelijkheden binnen de meest gebruikte programma’s.

2.6.1 Internet Explorer aanpassen

De maker van een internetpagina is geheel vrij in het bepalen van de lay-out
van zijn pagina: grote tekst, kleine teksten, cursief, vet, geel, paars, rood,
etc. Sommige websites kunnen hierdoor voor visueel gehandicapten zeer moeilijk
leesbaar worden. Binnen
Internet Explorer is het mogelijk om de lay-out van een pagina (in beperkte
mate) aan te passen.

2.6.1.1 Lettergrootte

 

Afbeelding 2.12  Dialoogvenster toegankelijkheid
Afbeelding 2.12 Dialoogvenster toegankelijkheid

De lettergrootte van een internetpagina kunt u op verschillende manieren aanpassen.
U kunt de Ctrl-toets ingedrukt houden en door aan het wieltje van de muis te draaien kunt u de letters groter en kleiner maken.
Een andere mogelijkheid is via de menubalk. Ga naar het menu ‘Beeld’, selecteer ‘Tekstgrootte’: hier kunt u kiezen uit vijf verschillende formaten. Helaas wordt niet automatisch de lettergrootte van iedere pagina aangepast. Dit is afhankelijk van hoe een pagina is geschreven. Indien in een pagina deze vergrotingsoptie, niet functioneert, kunt u via het menu ‘Extra’, optie ‘Internetopties’ op het tabblad ‘Algemeen’ de knop ‘Toegankelijkheid’ kiezen. Het dialoogvenster verschijnt (zie afbeelding 2.8):
Bij het groepsvak ‘Opmaak’ staan een drietal aankruisvakjes. Als het aankruisvak ‘In webpagina’s opgegeven tekengrootten negeren’ aangevinkt wordt is het wel mogelijk de lettergrootten van webpagina’s aan te passen op de hierboven beschreven manier. Deze oplossing is niet altijd ideaal, letters kunnen over elkaar heen vallen als de regel een vaste hoogte heeft, waardoor de tekst alsnog onleesbaar wordt.

2.6.1.2 Kleuren

Om de kleurweergave van een pagina te wijzigen gaat u eveneens in het menu ‘Extra’ naar de optie ‘Internetopties’. Op het tabblad ‘Algemeen’ drukt u de knop ‘Kleuren’ in.

 

Afbeelding 2.13  Dialoogvenster kleurinstellingen

Afbeelding 2.13 Dialoogvenster kleurinstellingen

 

Deselecteer het keuzevakje ‘Windows-kleuren gebruiken’ door hier op te klikken. U krijgt nu de mogelijkheid zelf te bepalen welke kleuren voor tekst en achtergrond gebruikt dienen te worden. Bij ‘Tekst’ en ‘Achtergrond’ kunt u de betreffende kleurvakken aanklikken en de kleur naar wens aanpassen. Zwarte tekst op een witte achtergrond of andersom is een geliefde kleurcombinatie en heeft het hoogst mogelijke contrast.
In de rechterkant van het venster kunt u de kleur van bezochte en niet bezochte links op de zelfde manier veranderen. Indien het gewenst is dat de kleur van een link verandert op het moment dat u met de cursor op een link staat kunt u het keuzevakje ‘kleur bij aanwijzen gebruiken’ aanvinken en een kleur naar keuze selecteren.
Om de ingestelde kleuren te activeren, moet de optie ‘In webpagina opgegeven kleuren negeren’ in het dialoogvenster ‘Toegankelijkheid’ wel aangevinkt staan! Zie figuur 2.8.

2.6.1.3 Lettertype

 

Afbeelding 2.14  Dialoogvenster lettertypen

Afbeelding 2.14 Dialoogvenster lettertypen

Het lettertype past u aan door in het dialoogvenster ‘Internetopties’ de knop ‘Lettertype’ aan te klikken.

Bij het menu onder ‘Webpagina lettertype’ selecteert u een lettertype naar keuze. Arial is bijvoorbeeld een duidelijk lettertype.
Bij ‘Lettertype’ voor normale tekst (hiermee worden teksten bedoeld van invoervelden en tekstvensters) zijn de keuzemogelijkheden beperkt.
Ook hier geldt uiteraard dat het ingestelde lettertype pas geactiveerd word indien de optie ‘in webpagina opgegeven lettertypestijlen negeren’ in het dialoogvenster ‘Toegankelijkheid’ staat aangevinkt.

 

2.6.1.4 Pictogrammen

Standaard staan de pictogrammen groot weergegeven. Indien dit niet het geval is en u heeft liever grote pictogrammen, is het formaat van de pictogrammen te wijzigen in het menu ‘Beeld’. Ga naar ‘Werkbalken’ en vervolgens naar de optie ‘Aanpassen’. Kies bij pictogramopties voor de optie ‘Grote pictogrammen’. Het verschil tussen grote en kleine pictogrammen is overigens minimaal.

Naar snelmenu

2.6.2 Word aanpassen

 

2.6.2.1 Lettergrootte

De grootte van de tekst in het tekstvenster van Word is op twee manieren aan te passen: de puntgrootte van het lettertype wijzigen of met behulp van de zoomfunctie (Menubalk: Beeld: Optie: In- en uitzoomen
of Ctrl + scrolwieltje van de muis). De eerste manier heeft als nadeel dat de lay-out van uw document eveneens wordt gewijzigd. Niet iedereen heeft behoefte aan een letter van twee centimeter hoog. De uitgeprinte tekst wordt dan ook te groot. De zoomfunctie heeft als nadeel dat u het overzicht verliest. Niet alle tekst past meer binnen de kaders van de monitor. De lay-out blijft echter wel behouden. Indien u bijvoorbeeld een puntgrootte van 12 moet gebruiken om een officiële brief te typen, en u zoomt in tot 200% dan krijgt u de zelfde lettergrootte als een 24 punts letter op het beeldscherm maar een 12 punts letter op papier.
De instelling: ‘Paginabreedte’ geeft een zo groot mogelijke letter op het scherm, die nog wel binnen het scherm past.
Zie ook hoofdstuk 4, paragraaf 4.4: de lay-out en werking van MS word
optimaliseren.

2.6.2.2 Afstand tussen de letters en/of tussen de regels

Voor een aantal visueel gehandicapten wordt het lezen van tekst makkelijker als de regelafstand en/of de afstand tussen de letters wordt vergroot. Ook voor dyslectici is dit in veel gevallen een handige optie.
De afstand tussen de letters is aan te passen door te klikken op ‘Opmaak’ > ‘Lettertype’.
Op het tabblad ‘Afstand en Positie’ kan de afstand tussen de tekens worden vergroot
(zie dialoogvenster afbeelding 2.11).
De afstand tussen de regels is in te stellen bij: ‘Opmaak’ > ‘Alinea’. Op het tabblad: ‘Inspringen en afstand’ is de regelafstand in te stellen.

2.6.2.3 Kleuren

De kleuren van het tekstvenster in Word zijn dezelfde als ingesteld in het Configuratieschema voor Beeldscherm, bij het item ‘Venster’. Indien u niet alle vensters de kleur wilt geven als het tekstvenster van Word, dan is er in Word nog een optie om een blauwe achtergrond in te stellen met een witte letter: menu ‘Extra’, optie ‘Opties’, tabblad ‘Algemeen’, keuzevakje ‘Blauwe achtergrond, witte tekst’ selecteren.

2.6.2.4 Lettertype

 

Afbeelding 2.15  Instellingenblad lettertype

Afbeelding 2.15 Instellingenblad lettertype

 

Zoals eerder beschreven wordt een strakke, rechte letter veelal door slechtzienden als duidelijk ervaren. Arial is een voorbeeld van zo’n lettertype. Het lettertype in het tekstvenster is helaas niet te wijzigen in het Configuratiescherm. In Word kunt u het lettertype alleen veranderen in de keuzelijst voor lettertype (zie module tekstverwerken). Indien het document wordt uitgeprint, wordt dit lettertype uitgeprint. Het is niet mogelijk om een ander lettertype uit te printen dan ingesteld staat in de keuzelijst. De enige mogelijkheid hiervoor is het lettertype wijzigen nadat het document is voltooid. Een groot nadeel van het achteraf wijzigen van het lettertype is dat de lay-out compleet verloren gaat, omdat niet elk lettertype evenveel ruimte in beslag neemt.

2.6.2.5 Pictogrammen

In Word is het mogelijk de pictogrammen op de werkbalk groter weer te geven. Om de pictogrammen vergroot weer te geven, gaat u naar het menu ‘Beeld’. Kies de optie ‘Werkbalken’ en vervolgens de optie ‘Aanpassen’. In het tabblad ‘Opties’ selecteert u het keuzevakje voor ‘Grote pictogrammen’. De grootte van de pictogrammen staat vastgesteld en is niet te wijzigen.
Of het vergroot weergeven van pictogrammen zinvol is maar de vraag. De pictogrammen nemen ruimte in die anders beschikbaar zou zijn voor het tekstvenster. Bovendien zijn alle functies die pictogrammen bieden in de menu’s terug te vinden, of sneller nog: te bereiken met sneltoetsen.

Naar snelmenu

2.6.3 Outlook Express

2.6.3.1 Outlook Express vensters aanpassen

Om het programma zo overzichtelijk mogelijk te houden is het nuttig om een aantal ‘overbodige’ vensters af te sluiten. Dit gaat als volgt:

Start Outlook Express op (Start > Programma’s > Outlook Express). Maximaliseer zo nodig de pagina (Alt+spatie > met pijltjestoetsen door menu lopen tot ‘Maximaliseren’ > Enter). Ga naar de menubalk (Alt+B) en met de pijltjestoetsen naar ‘Beeld’. Loop door dit menu tot ‘Indeling’ en druk op Enter. Schakel daar met de spatiebalk alle vensters uit met uitzondering van de statusbalk. Druk weer op Enter of
OK. Het venster is veel overzichtelijker geworden.
Om toch bij de verschillende vensters te komen gebruikt u de optie: Menubalk > Beeld > Ga naar map > Enter (of de sneltoetsen
Ctrl+Y) en loop met de pijltjestoetsen door het menu. Kies daar voor ‘Postvak in’, ‘Postvak uit’ , ‘Verwijderde items’ enz.

2.6.3.2 Aanpassen lettergrootte, letterkleur en lettertype

Deze opties kunnen worden aangepast onder menu Extra > Opties > Tabblad
‘Opstellen’ en tabblad ‘lezen‚Äô. Voor een kleine aanpassing van de lettergrootte
kan in ‘Postvak in’ ook gekozen worden voor: Beeld > Tekengrootte > Extra groot
of Ctrl + scrolwieltje van de muis.

 

- Gebruikersomgeving van Windows – het totaal van de Windows onderdelen zoals menu’s, vensters, overzichten etc.
- Actieve titelbalk – bovenste balk van een venster, kleur is blauw indien actief.

Naar snelmenu

Nieuwsbrief

Laden...Laden...