Zoeken
Een slechtziende leerling in de (speciale) school voor voortgezet onderwijs
Slechtziende leerling in het voortgezet onderwijs
| Snelmenu |
|---|
1. Type leerling
Het begrip "slechtziend" heeft een meervoudige betekenis. Er zijn vele vormen van slechtziendheid, elk met zijn eigen praktische consequenties.
De mate van de visuele beperking en de gevolgen daarvan spelen uiteraard een rol in de persoonsontwikkeling van een kind. De manier waarop een kind in de leeftijdsfase van 0 tot 12 jaar heeft leren omgaan met zijn visuele beperking is bepalend voor zijn verdere ontwikkeling in de periode van het voortgezet onderwijs.
Sociale vaardigheden gaan vanaf 12 jaar, als het kind op een geïntegreerde manier het onderwijsleerproces volgt, een steeds grotere rol in zijn leven spelen. Durft hij voor zijn visuele beperking uit te komen? Durft hij hulp te vragen als hij die nodig heeft? Gebruikt hij zijn hulpmiddelen optimaal?
Slechtziende leerlingen vertonen, net als normaal ziende leerlingen, bij de overstap naar het voortgezet onderwijs een diversiteit aan ontwikkelingsniveaus. De ene leerling heeft zijn visuele beperking goed weten in te passen in zijn leven, voor de ander is het echt een handicap in zijn functioneren.
De visuele beperking kan een nadelige invloed hebben op de cognitieve, de motorische en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Daardoor is het voor de slechtziende soms moeilijk tot een harmonieuze persoon uit te groeien.
Begrip voor en inzicht in de visuele beperking, en aanvaarding van het anders zijn vormen sleutelbegrippen bij het opvoedingsproces.
Uit het bovenstaande blijkt wel dat een algemeen geldende typering van de slechtziende leerling niet te geven is. Het zal evenwel duidelijk zijn dat de visuele beperking kan leiden tot een ontwikkelingsproces dat afwijkt van het proces dat de ontplooiing van normaal ziende leerlingen tussen 12 en 20 jaar doorloopt. Extra aandacht en begeleiding zijn dan ook zeker geboden.
2 Voorbereiding op schoolniveau
Als een slechtziende leerling een reguliere vorm van voortgezet onderwijs gaat volgen, is een aantal voorbereidende stappen noodzakelijk. Zoals bij elke leerling wordt in overleg met ouders, leerling en leerkracht, en eventueel op basis van de resultaten van de CITO-toets, de keuze van de vervolgschool bepaald.
Bij de eerste aanmelding is het verstandig, uiteraard altijd met instemming van de ouders, als de ambulant onderwijskundig begeleider de ontvangende school van de nodige informatie voorziet betreffende de visuele beperking van de toekomstige leerling en de praktische consequenties daarvan, zodat de directie en het team een weloverwogen beslissing kunnen nemen.
Meestal is er op school wel een leraar die de speciale taak heeft om leerlingen te begeleiden aan wie extra zorg besteed moet worden. Een goed contact tussen de ambulant onderwijskundig begeleider en de leraar voor deze groep leerlingen is uiteraard bevorderlijk voor een goede begeleiding van de slechtziende leerling.
3 De organisatie van de omgeving
3.1 Schoolgebouw
Voor slechtziende leerlingen zijn meestal geen technische veranderingen in het schoolgebouw noodzakelijk. Soms zijn kleine aanpassingen wenselijk, zoals:
- kleurmarkeringen bij ramen en deuren;
- materiaalovergangen bij trappen of andere obstakels;
- eenvoudige maar doeltreffende voorzieningen in een gymzaal, bijvoorbeeld loopstrips;
- zonwering;
- speciale verlichting.
3.2 Organisatie en ordening in de klas
Een vaste opstelling van het meubilair biedt de slechtziende leerling houvast. Ordening geeft meer zekerheid. Hij moet weten waar iets ligt. Het vergt te veel tijd wanneer hij telkens naar materialen moet zoeken.
Zit een slechtziende leerling erg dicht met de ogen op zijn schoolwerk, dan kan op den duur een slechte lichaamshouding ontstaan. Een opklapbaar en verplaatsbaar lessenaartje kan een oplossing zijn. Leerlingenmeubilair met een verstelbaar tafelblad in elk leslokaal is uiteraard de beste oplossing. In een school voor voortgezet onderwijs is dat vaak moeilijk te realiseren. De ambulant onderwijskundig begeleider kan hierover de nodige informatie verschaffen.
3.3 De plaats in de klas
De beste plaats voor een slechtziende leerling zal veelal vooraan, middenvoor, op korte afstand van het bord zijn. De juiste plaats en afstand ten opzichte van het schoolbord kan het best in samenspraak met de leerling worden bepaald. Lichtinval is daarbij ook een belangrijke factor. Het is storend wanneer de leerling direct in het licht kijkt. Voor lichtschuwe leerlingen kan bij zonnig weer de zonwering gebruikt worden. Wanneer de leerkracht uitleg geeft kan hij beter niet voor het raam gaan staan. Geef de leerling de vrijheid om, zo nodig, naar het bord toe te lopen of de tafel te verschuiven. In verband met computergebruik is een stopcontact in de buurt gewenst.
4 De organisatie van de lessituatie
4.1 Algemeen
Het is van belang een slechtziende leerling zoveel mogelijk als een ziende leerling te benaderen. Sluit een leerling niet uit van groeps- of klasseactiviteiten vanwege zijn visuele beperking. Probeer steeds oplossingen te bedenken, waardoor hij zo gewoon mogelijk met de klasgenoten mee kan doen. Bespreek de eventuele problemen als het enigszins kan klassikaal.
4.2 Op het bord kijken
Een goed contrast is voor elke slechtziende leerling belangrijk. Daarom moet het bord schoongemaakt zijn, voordat erop wordt geschreven. De leerling is uiteraard geholpen met een duidelijk geschreven tekst. Het schrift hoeft niet extra groot te zijn. De kleuren zwart/wit en groen/geel contrasteren goed. Zacht krijt, verkrijgbaar via de Aob – er, is daarvoor uitermate geschikt. Sommige slechtziende leerlingen hebben moeite met het lezen op whiteboards. Dit probleem kunt u oplossen door speciale stiften te gebruiken.
4.3 Audiovisuele hulpmiddelen
Laat, als er naar tv, video of film gekeken wordt, de slechtziende leerling zelf een plaats uitzoeken die hem het beste zicht op het scherm biedt. Geef hem ook de vrijheid om dichterbij het scherm te komen als hij een detail beter wil bekijken. De leerling kan de beelden het beste bekijken als ze op ooghoogte worden aangeboden. Bij het gebruik van de overheadprojector is het wenselijk dat de slechtziende leerling een kopie van de gebruikte sheets krijgt.
4.4 Aantekeningen maken
De meeste slechtziende leerlingen zijn in staat de aantekeningen van het bord zelf te verwerken. Mocht dat niet mogelijk zijn (door te geringe visus, te laag tempo) dan bieden de volgende suggesties wellicht een oplossing:
- geef schrijfwerk op het bord een mondelinge ondersteuning;
- geef de leerling een kopie van de aantekeningen van een medeleerling;
- bied de tekst op papier aan alle leerlingen aan.
4.5 Het tempo
Zowel het lezen als het schrijven kosten een slechtziende leerling meer tijd dan de doorsnee leerling. Daardoor komt het regelmatig voor dat toetsen, repetities of proefwerken niet binnen de vastgestelde tijd af zijn. De praktijk leert, dat leraren in het voortgezet onderwijs soms werken met kopieën die slecht leesbaar zijn. Zo mogelijk moet de slechtziende leerling extra tijd worden gegeven. Komen daardoor andere vakken in het gedrang, dan kan het een oplossing zijn om de leerling minder opdrachten te laten maken en daarover een beoordeling te geven. Ook tijdens praktijklessen kan het tempo problemen opleveren.
Voor de slechtziende leerling is het zaak op tijd te beginnen met het lezen van de boeken die hij voor het examen of een repetitie gelezen moet hebben. Geef daarom de titels ruimschoots op tijd. Mogelijk kan hij gebruikmaken van gesproken boeken, verkrijgbaar bij de blindenbibliotheken. Ook kunnen er afspraken gemaakt worden over het aantal te lezen boeken.
4.6 Vergrotingen
Als de leerling voor een redelijk leestempo vergrote tekst nodig heeft, kunt u daarvoor bij de Federatie Nederlandse Blindenbibliotheken in Amsterdam terecht. Daar zijn wel kosten aan verbonden. In incidentele gevallen bestaat er wellicht op school de mogelijkheid om een vergroting van een tekst of een tekening te maken.
4.7 Beoordeling en toetsing
Bij belangrijke toetsings- en beoordelingsmomenten kan de school gebruikmaken
van wettelijk geregelde faciliteiten zoals verlenging van tijd en aangepaste leesvorm.
Jaarlijks worden in het blad "Uitleg" van het Ministerie van OC&W de faciliteiten bij examens voor gehandicapte kandidaten bekendgemaakt. De ambulant onderwijskundig begeleider kan daarover de nodige informatie verschaffen. Ook via internet is deze informatie te verkrijgen. Voor verdere informatie m.b.t. regelgeving kunt u elders op deze site van AOB online terecht.
4.8 Computergebruik
Steeds meer jongeren met een visuele beperking maken voor het volgen van onderwijs gebruik van een aangepaste notebookcomputer.
Dit biedt een aantal voordelen:
- een verhoging van het tempo bij lezen en schrijven;
- een minimale aanbieding van geschreven tekst;
- de mogelijkheid om de lettergrootte op het scherm aan te passen;
- een gemakkelijker toegang tot methode- en werkboeken.
5 Didactische consequenties en oplossingen
5.1 Algemeen
De visuele beperking bij veel slechtziende leerlingen heeft tot gevolg dat nauwkeurig waarnemen meer inspanning vraagt. Dat kan tot vermoeidheid leiden en vraagt meer tijd. Bij deze jongeren speelt daardoor het tempoprobleem gedurende hun studietijd een grote rol.
In het reguliere voortgezet onderwijs wordt veel gebruikgemaakt van methodes die door de veelheid van informatie, te kleine druk of door gebruik van veel kleuren niet geschikt zijn voor leerlingen met een visuele beperking. Aanpassingen, zoals het maken van vergrotingen of het gebruik van een optisch hulpmiddel, zijn dan noodzakelijk.
5.2 Studiehuis
Door de invoering van de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs zullen de leerlingen meer dan voorheen zelfstandig of in kleine groepen de leerstof verwerken onder begeleiding van een docent.
Wil de leerling met een visuele beperking daaraan deelnemen, dan zal extra aandacht nodig zijn voor de volgende vragen:
- is de inrichting van het studiehuis(lokaal) betreffende meubilair en apparatuur zodanig dat de slechtziende leerling zonder problemen aan de activiteiten kan deelnemen?;
- heeft de leerling voldoende toegang tot documentatie en informatie?;
- maakt de leerling, gezien het tempo van de leerstofverwerking, een reële kans om met succes deel te nemen aan opdrachten in groepsverband?
6 Praktijkvakken
In het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO) kunnen de praktijkvakken moeilijkheden opleveren. Door de visuele beperking zijn de leerlingen dikwijls niet even handig en vaardig als hun klasgenoten. Voor het vinden van de soms noodzakelijke aanpassingen voor deze vakken, die een essentieel onderdeel vormen van de opleidingen, is overleg nodig tussen de vakdocent, de ambulant begeleider en de leerling.
7 Hulpmiddelen
7.1 Inleiding
Enkele aspecten die van belang zijn bij de vraag welk hulpmiddel voor een slechtziende leerling geschikt is, zijn:
- de aard van de visuele beperking;
- de manier waarop de leerling met zijn visuele beperking omgaat;
- de mogelijk negatieve beïnvloeding van het gezichtsvermogen door geringe motivatie en vermoeidheid;
- de mogelijke vermindering van het gezichtsvermogen door onvoldoende licht, verkeerd invallend licht of een gering contrast;
- de bruikbaarheid van het hulpmiddel in de situatie waarvoor het geadviseerd is;
- het sociaal-emotionele aspect: durft de slechtziende leerling het hulpmiddel te gebruiken; voelt hij zich te veel bekeken; heeft het voldoende nuttig effect?
Hulpmiddelen bieden nooit een volledige oplossing voor de visusproblemen.
Met de hierna volgende opsomming pretenderen we niet een volledig overzicht te geven van alle hulpmiddelen die op de markt zijn. Wel proberen we aan de hand van verschillende categorieën een verdeling aan te brengen in de beschikbare hulpmiddelen, waarbij per categorie een korte motivatie is vermeld.
7.2 Hulpmiddelen voor het lezen
Wat kan het lezen vergemakkelijken?
- Een goed contrast en een eventueel aangepaste verlichting. Daarbij bieden gekleurde, doorzichtige plastic foliobladen en een leesliniaal soms extra ondersteuning; voor teksten op het bord is zacht bordkrijt geschikt;
- vergroting van de tekst door middel van een leesloep. Maar men kan de tekst ook vergroten door hem vergroot te laten afdrukken. Enkele speciale uitgaven, die reeds in vergrote druk verschijnen, zijn: grootletter-woordenboek Nederlands, vergrote woordenboeken vreemde talen en een speciaal voor slechtzienden ontworpen atlas. De woordenboeken zijn ook op diskette uitgevoerd. Voor het vergroten van studieboeken kan men een beroep doen op de Federatie Nederlandse Blindenbibliotheken in Amsterdam;
- een computer met vergrotingssoftware. Die kan uitkomst bieden bij het lezen van teksten via het computerscherm.
Zie voor meer informatie over hulpmiddelen voor het lezen onder "optische hulpmiddelen".
7.3 Het schrijven van tekst
Belangrijk hierbij is een goed contrast, al dan niet met extra verlichting. Tevens kan gebruik gemaakt worden van papier met speciale liniatuur. Controleer of de gebruikte (bal)pen voor de leerling het best leesbare resultaat oplevert. Een zwart schrijvende fine-liner, roller-pen of vulpen is vaak beter dan de normale blauwe balpen.
7.4 Verlichting
Veel slechtziende leerlingen hebben ter verhoging van het contrast behoefte aan extra verlichting van de werkplek. Plafondverlichting voldoet vaak niet aan de eisen die gesteld worden aan lichtsterkte, instelbaarheid en het verlichtingsoppervlak. Van belang is namelijk, dat de lamp wel de werkplek verlicht maar dat het licht niet rechtstreeks in de ogen schijnt. Ook de reflectie van het licht op het werkblad kan hinderlijk zijn. Aangepast meubilair met een verstelbaar werkblad is in dit verband aan te bevelen.
Veelgebruikte lampen zijn de zo genaamde koudlichtlampen; er zijn diverse uitvoeringen met tl- of pl-lampen.
De bevestiging van de lamp bepaalt mede de bruikbaarheid. Meestal wordt de voorkeur gegeven aan een demontabele opstelling met tafelklem, omdat er vaak sprake is van een combinatie van lamp en schuine tafel of opzettafel.
7.5 Meet- en rekenapparatuur
Meetapparatuur moet duidelijk afleesbaar zijn. Bij de aanschaf van een rekenmachine is het verstandig rekening te houden met het gebruiksgemak, het vermogen van de leerling om de toetsen en de display af te lezen. Is het aflezen niet mogelijk dan kan een sprekende rekenmachine uitkomst bieden. Het gebruik van de grafische rekenmachine kan voor slechtzienden een groot probleem opleveren.
7.6 Oriëntatie en mobiliteit
Slechtziende leerlingen willen zich graag zelfstandig kunnen verplaatsen van, naar en binnen de school. Velen lukt dat ook zonder hulpmiddelen. Maar voor sommige ernstig slechtzienden is het gebruik van een taststok of een herkenningsstok noodzakelijk.
In bepaalde gevallen is het gewenst aanpassingen in het schoolgebouw te regelen. Het betreft dan meestal kleine voorzieningen, zoals extra verlichting en markeringslijnen, vooral bij de trappen.
Als deelnemer aan het verkeer staat de slechtziende voor menig probleem. Samen oplossingen bedenken die de veiligheid van de slechtziende garanderen en zijn zelfvertrouwen vergroten vormt een wezenlijk onderdeel van de begeleiding.
7.7 Projectiemiddelen
De situatie waarin de slechtziende leerling klassikaal naar video, film of overheadprojector kijkt, is vaak niet optimaal. Dat kan verschillende oorzaken hebben: de aard van de visuele beperking, fel licht, snelle beeldwisseling, de kwaliteit van het materiaal en de afstand tot het scherm. Dat laatste kan verholpen worden door de leerling zelf de geschikte afstand tot het scherm te laten kiezen. Meestal zal dat een plaats vooraan zijn. Bij het gebruik van een overheadprojector zijn goed contrasterende kleuren sterk aan te bevelen. Mocht de slechtziende leerling nog niet in staat zijn het aangeboden materiaal te lezen, geef hem dan een kopie van de sheets.
7.8 Kaartmateriaal
Kaarten in atlassen en in methodeboeken vormen voor slechtzienden een groot probleem. Ze staan vaak vol informatie die door het kleine lettertype vrijwel onleesbaar is. Bij een beperkt aantal vormen van slechtziendheid leveren de gebruikte kleuren en het kleine formaat van de kaart nog eens extra problemen op. Om de slechtziende leerling te helpen kan men gebruikmaken van:
- de Grote Lijnatlas; een atlas speciaal voor leerlingen met een visuele beperking, voor het VMBO is eze te gebriken tot en met het examen.
7.9 Meubilair
Het vergt de nodige aandacht om een slechtziende leerling, die vaak een korte kijkafstand heeft, een correcte werkhouding aan te leren. In het voortgezet onderwijs wordt zo nodig gebruikgemaakt van een opzettafel. Bij computerwerk is, indien nog nodig, een concepthouder een hulpmiddel. Het brengt het werk binnen de juiste leesafstand, terwijl de handen vrij blijven. Veelal wordt er met tekst vanaf diskette gewerkt.
7.10 Optische hulpmiddelen
De normale letterdruk van schoolboeken, tijdschriften, kaarten en woordenboeken is
voor een aantal slechtziende leerlingen zonder vergroting niet leesbaar. Soms is de normale druk wel leesbaar, maar kost het ontcijferen van de tekst veel tijd en inspanning. Voordat men tot de aanschaf van een optisch hulpmiddel overgaat, is het raadzaam een low vision-onderzoek door de oogarts van de instelling te laten verrichten. Om de gewenste vergroting te realiseren is de beeldschermloep (meestal in de thuissituatie) vaak een uitstekend hulpmiddel. Er zijn diverse types in de handel. Afhankelijk van het advies kan het juiste type beeldschermloep bepaald worden. Er is ook een draagbare tv-loep in de handel.
Indien een leerling over een notebookcomputer beschikt is daar vaak vergrotingssoftware op geïnstalleerd.
7.11 Loepen
Loepen zijn er in vele soorten. Het zijn handzame vergrotingshulpmiddelen waarbij, afhankelijk van de uitvoering, vergrotingen van 1,5 tot 10 maal bereikt worden. Voor veel van de slechtziende leerlingen, die gebaat zijn bij vergrotingen, is een loep voor detailwaarneming (illustraties, grafieken, kaarten enz,) een goed bruikbaar hulpmiddel bij het lezen dichtbij.
8 De slechtziende leerling in het speciaal voortgezet onderwijs
Bovenstaande informatie geldt uiteraard ook voor die leerlingen die naast hun visuele beperking nog andere leerproblemen hebben of problemen ervaren op verstandelijk, motorisch, psychisch of sociaal-emotioneel terrein. Zij volgen vaak een bepaalde vorm van speciaal voortgezet onderwijs. In deze vormen van onderwijs wordt gewerkt in kleine groepen. Een meer individuele benadering is dan mogelijk.



