Geschiedenis slechtzienden (speciaal) voortgezet onderwijs

6 juni 2007
  • Het wordt aangeraden samen met de leerling de methode door te nemen en te letten op lettertype, kleurgebruik, hoeveelheden tekst, plaatmateriaal, foto’s en kaarten. Als blijkt dat de leerling niet voldoende in staat is met de aanwezige methode te werken, kan een beroep worden gedaan op de ambulant begeleider, die alternatieven kan aandragen in overleg met de mentor en geschiedenisleraar. Hierbij wordt gedacht aan het (in kleur) vergroten van teksten of hele boeken, of het gebruiken van optische hulpmiddelen.
  • De ervaring leert dat de meeste werkboeken of werkblocs en worden vergroot. De ruimten waarin geschreven moet worden, zijn vaak te klein en ook zijn de illustraties en kaarten niet duidelijk genoeg.
  • Om een completer beeld te krijgen van de aangeboden leerstof, is het nodig dat de leerling via meer kanalen dan alleen het lezen van teksten, informatie krijgt, zoals:
  • gebruik maken van modellen;
  • duidelijk plaatmateriaal;
  • video’s en school tv.
  • N. B. Videobanden kunnen ook uitgeleend worden aan de leerling, zodat hij hem thuis in alle rust nog eens kan bekijken.
  • Het leestempo van slechtzienden ligt lager dan bij zijn klasgenoten. Het komt dan ook voor, dat de slechtziende op zijn gehoor volgt wat er voorgelezen wordt tijdens de les. Sommige leerlingen geven de voorkeur aan het ontvangen van geschiedenisboeken op cassetteband, zodat lange teksten thuis beluisterd kunnen worden.
  • Excursies in de vorm van bijvoorbeeld museumbezoek zijn belangrijke ervaringsbronnen bij dit vak voor de slechtziende. Van groot belang hierbij is, dat de slechtziende iemand bij zich heeft i.v.m. de te volgen route door een museum, het verduidelijken van getoonde materialen e.d. Bovendien kan dit het gevoel van veiligheid versterken als de slechtziende zich op onbekend terrein bevindt.
  • Wanneer de school beschikt over de diensten van een extra formatieleerkracht, is het aan te bevelen dat teksten in werkboeken worden voorbereid, voordat deze in de klas worden behandeld, dat kaarten nauwkeurig worden bekeken en lange teksten worden behandeld. Op deze manier heeft de leerling een ‘voorsprong’ als deze onderdelen tijdens de les worden behandeld en wordt de leerstof beter verwerkt.

Zoek