Practische wenken voor een brailleleerling in het VO en MBO/HBO

31 januari 2008

 

Praktisch wenken

  1. Geef als mentor of klassedocent van een blinde leerling deze de kans om in een nieuwe klassegroep tijdens de introductieronde iets over zichzelf en met name over zijn handicap te vertellen. Geef klasgenoten ook de gelegenheid tot vragen stellen: openheid neemt een heleboel taboes en (wederzijdse) onzekerheid weg.
  2. Laat de blinde leerling zoveel mogelijk aan alle activiteiten meedoen. Sluit hem niet bij voorbaat uit op grond van het niet kunnen zien. Bespreek met de leerling wat wel/niet kan en laat hem meebeslissen. (Pas op gemakzucht bij de blinde leerling: een handicap kan als verzachtende omstandigheid worden gezien).
  3. Denk eraan dat een blinde leerling alle oogcontact mist. Hij ziet geen knipoog, niet de glinstering in uw ogen als u een grapje maakt, maar ook niet het vertrekken van uw gelaat als iets te ver gaat.
    Probeer bovenstaande zaken op een of andere manier te compenseren: aanraking, stemgebruik en vooral verbaal communiceren.
  4. Let op de sociale contacten met de medeleerlingen.
    In het begin zal de blinde over het algemeen relatief veel aandacht van de klasgenoten krijgen: hij is blind, heeft een stok en is dus de eerste dagen interessant. Probeer echter de blinde zo min mogelijk in een uitzonderings-positie terecht te doen komen; dit minimaliseert het risico van irritaties bij de groep.
    Een attente klasgenoot kan voor de blinde leerling van veel praktisch nut zijn. Waak er echter voor dat deze leerling een "slaaf" wordt en/of de blinde wellicht in zijn zelfstandigheid belemmert.
  5. Tolereer geen eigenzinnig gedrag of aandachttrekkerij van de blinde leerling; zoals eerder opgemerkt kan de blinde geen non-verbale signalen ontvangen. Het is dus taak van de docent om de blinde leerling zijn grenzen te doen kennen.
  6. De plaats van een blinde leerling in de klas vraagt enige aandacht. In verband met de lijvige brailleboeken en de braillecomputer, is een ruime plaats aan te bevelen. Liefst ook een plek dicht bij een stopcontact i.v.m. de aansluiting van de computer.
  7. Het tempo van een blinde is op alle fronten lager dan dat van een ziende leerling. Houd hier rekening mee. Braille lezen vraagt twee tot drie maal zoveel tijd als zwartdruk lezen.
  8. In dit verband is de leerling erbij gebaat wanneer met hem, eerder dan gebruikelijk, over werkstukken, literatuurlijsten e.d. wordt gesproken.
    Info-materiaal en boeken zijn lang niet altijd in braille voorradig en moeten dan nog aangemaakt worden.
  9. Geef een blinde leerling, indien nodig, verlenging van tijd (maximaal anderhalf maal de reguliere tijd) bij schriftelijke overhoringen en repetities.
  10. Geef roosterwijzigingen mondeling door. Laat de leerling er een gewoonte van maken hier zelf naar te vragen of maak er duidelijke afspraken over.
  11. Een zwartdruk boek beslaat in braille vele banden. Als u niet alle hoofdstukken in de chronologische volgorde behandelt, geef dan van te voren op aan welk hoofdstuk u de volgende les begint. Dit voorkomt onnodig gesjouw of gemis van de juiste band.
    Tip: noteer in uw eigen boek bij welke bladzijde een nieuwe brailleband begint.
  12. Lees datgene wat u op het bord schrijft, hardop voor. Spel eventueel moeilijke woorden.
  13. Tekeningen: Als deze essentieel zijn bij een les, beschrijf of verklaar ze dan, zodat de blinde leerling ze "voor zich ziet".
  14. Repetities en schriftelijke overhoringen: het is van belang dat u deze zaken op diskette of cassette heeft staan.
  15. Ook bij gebruik van bijvoorbeeld (actuele) teksten die niet in de lesboeken staan, is het van belang dat u deze de leerling op diskette of cassette aanbiedt.
  16. Meer nog dan bij andere leerlingen is het van belang dat de relatie tussen de blinde leerling en de mentor/klasseleraar goed is, zodat deze bij eventuele problemen als gevolg van onbegrip m.b.t. de handicap, als vertrouwens-persoon kan optreden.

Zoek