Zoeken
Practische wenken voor een slechtziende leerling in het VO en MBO/HBO
31 januari 2008
Praktisch wenken
- Laat de leerling zo gewoon mogelijk aan alle activiteiten meedoen. Sluit hem niet uit op grond van zijn handicap.
- Probeer door observatie en persoonlijk contact er achter te komen of extra individuele aandacht voor de leerling in de lessituatie nodig is.
- Maak eventuele problemen als gevolg van de handicap, in de lessituatie of in de pauzes bespreekbaar.
- Informeer bij de begeleidend leerkracht naar de consequenties van de oogafwijking en naar het gebruik van optische en/of andere hulpmiddelen (b.v. bril, loep, verlichting, leerlingenset).
Mogelijk zijn er ook beperkingen nodig bij de gymmnastiekles i.v.m een verhoogd risico. - Overleg met de leerling wat de beste plaats in de klas. Meestal zal dat vooraan in het midden zijn.
- Bij de meeste slechtzienden is het verzien gestoord, herkenning en oogcontact zijn daardoor moeilijk zo niet onmogelijk.
Ook mimiek en/of gebaren worden slecht waargenomen. Door dichter naar de leerling toe te gaan en de mimiek c.q. de gebaren met spraak te ondersteunen worden misverstanden voorkomen. - De meeste leerlingen zijn gebaat bij goede verlichting.
Voor sommigen is zelfs een bureaulamp noodzakelijk. - Lichtschuwe leerlingen daarentegen hebben veelal dringend behoefte aan zonwering.
- Nodig bij demonstraties en proeven de leerling eventueel uit dichterbij te komen staan. Laat hem b.v. assisteren.
- Het lezen en overnemen van bordwerk wordt voor de leerling vergemakkelijkt indien de over te nemen aantekeningen ook hardop worden uit gesproken.
Het is ook mogelijk hem uw eigen aantekeningen te lenen of te laten kopiëren. - Moet de leerling bij het bord komen staan om de uitleg te volgen, dan kan hij later een kopie maken van uw aantekeningen of die van een klasgenoot. Bedenk dat overnemen soms moeilijk te organiseren is en extra tijd kost.
- Houd het bord goed schoon. Schrijf duidelijk en overzichtelijk het liefst in blokletters en gebruik ter vergroting van het contrast dik speciaal krijt.
- Als u kleurkrijt gebruikt overleg dan met de leerling welke kleuren voor hem het best zichtbaar zijn.
- Daar de meeste leerlingen door grote hoeveelheden bordwerk in tijdnood komen is het aan te bevelen te werken met stencils of kopiëen.
- Verifieer, vooral in het begin, of de leerling bordwerk goed heeft overgenomen, zodat u meer inzicht heeft in zijn kunnen, maar bovenal om het inslijpen van foute woordbeelden door schrijffouten bij de talen te voorkomen.
- Laat, indien mogelijk landkaarten, projectieschermen, prikborden en dergelijke tot op ooghoogte zakken.
- De leerling kan zelf de leesafstand tot zijn werk bepalen.
Een boek dichtbij de ogen houden, ook lang achtereen, verergert niet de oogafwijking. - Voor een leerling, die erg dicht op zijn werk zit is i.v.m. het voorkomen van houdingsafwijkingen, de aanschaf van een verstelbare leerlingenset of een opzettafel te overwegen.
- De meeste leerlingen hebben geen moeite met het lezen van normale druk. Voor het lezen van kleine cijfers en letters, al dan niet cursief gedrukt, (breuken, atlas, woordenboeken) hebben verschillende leerlingen een optisch hulpmiddel nodig. Anderen hebben vooral baat bij een vergrote kopie.
- Stel gerust eisen m.b.t. tot de leesbaarheid en de verzorging van het schriftelijk werk.
Realiseer u echter wel dat verzorgd schrijven, hoewel noodzakelijk, veel leerlingen extra inspanning kost. - Laat de leerling zoveel mogelijk zelf zijn aantekeningen maken.
Waar nodig kan hij deze aanvullen door de notities van een duidelijk schrijvende klasgenoot te gebruiken. - Ook is het een goede oplossing de leerling van te voren (of achteraf) een kopie van uw lesvoorbereiding ter hand te stellen.
- Als blijkt dat de leerling in tijdnood komt door grote hoeveelheden schriftelijk werk kan dit wellicht, in overleg, tot een aangepaste hoeveelheid worden teruggebracht of op een ander tijdstip worden afgemaakt.
Ook het werk beperken door het alleen laten noteren van antwoorden, invulwoorden e.d. is al een oplossing. - De meeste leerlingen hebben meer tijd nodig voor het lezen, opzoeken, systematisch verkennen, vergelijken, terugzoeken e.d.
Het kijken kost meer inspanning en vraagt meer concentratie, wat tot gevolg heeft, dat extra tijd nodig is bij proefwerken/examens. - In dit kader is de leerling erbij gebaat wanneer met hem, eerder dan gebruikelijk, over werkstukken, literatuurlijsten e.d. wordt gesproken.
- Meer dan bij andere leerlingen is het van belang dat de relatie tussen de slechtziende leerling en de mentor/klasseleraar goed is, zodat deze, bij eventuele problemen als gevolg van onbegrip m.b.t de handicap, als vertrouwenspersoon kan bemiddelen.



