Zoeken
Werkwijze begeleiding voortgezet onderwijs slechtzienden
|
Snelmenu |
|---|
1. Frequentie
De frequentie van de begeleidingsbezoeken is afhankelijk van schoolsoort, visuele problematiek en de werkdruk van betrokkenen. Het vervolgtraject wordt na ieder bezoek in overleg met de leerling en de mentor/klassenleerkracht vastgesteld.
2. Evaluatie- en voortgangsbesprekingen
De AOB in het voortgezet onderwijs staat een werkwijze voor, waarbij een aantal keren per jaar in aanwezigheid van de leerling, de mentor en eventueel andere teamleden de onderwijsleersituatie, gerelateerd aan de visuele handicap, wordt geëvalueerd.
Om de kans op een uitzonderingspositie voor de leerling te verkleinen is, ervoor gekozen de afspraken te laten plaatsvinden tijdens tussenuren of na schooltijd.
Voor een optimale betrokkenheid van het team bij de begeleiding, strekt het tot aanbeveling dat de mentor voor ieder gesprek informatie bij de collega’s inwint.
3. Gesprek met de ouders
Naar aanleiding van het schoolbezoek is er meestal nog contact met de ouders/ verzorgers van de leerling. Doel daarvan is, naast het optimaliseren van de vertrouwensband, verslag te doen van de bevindingen op school, waarbij de consequenties van de visuele handicap voor onderwijs en opvoeding centraal staan. Daarnaast inventariseert de AOB’er de behoefte en/of de noodzaak van het inschakelen van andere takken van de hulpverlening. Tevens worden meerderjarige leerlingen en de ouders van minderjarige leerlingen geadviseerd en ondersteund bij het aanvragen van hulpmiddelen.
Het bespreken van b.v. schoolvorderingen en eventuele gedragsproblematiek, voor zover deze niet direct in relatie staan met de visuele handicap, behoort echter tot de taak van de school.
Met de ouders van minderjarige niet-thuiswonende leerlingen wordt kennis gemaakt, waarna in de loop van de begeleiding meestal slechts telefonisch contact wordt onderhouden.
Overleg met ouders van meerderjarige niet-thuiswonende leerlingen behoort tot de uitzonderingen.
4. Leerlingbespreking
Tenminste éénmaal per jaar worden de leerlingen op de Bartiméus Onderwijsinstelling besproken aan de hand het door de AOB’er geschreven begeleidingsplan. Deelnemers aan deze besprekingen kunnen zijn:
-
de schoolpedagoog;
-
de technisch oogheelkundig assistent (TOA);
-
de locatieleider;
-
de AOB’er.
De ontwikkeling en de voortgang van het onderwijs-leerproces van de leerling wordt gevolgd. De deelnemers brengen begeleidingsadviezen in. Tevens wordt jaarlijks vastgesteld of verdere begeleiding nog gewenst is.
5. Cursussen
Jaarlijks wordt een aantal cursussen georganiseerd voor leraren die een slechtziende leerling lesgeven. Ook worden er cursussen gegeven aan begeleide leerlingen en hun ouders. Aan het begin van ieder schooljaar wordt aan de betreffende scholen en ouders een cursusoverzicht toegezonden waarin het cursusaanbod wordt omschreven.
Tevens wordt geparticipeerd in op landelijk niveau georganiseerde speciale vakgerichte cursussen.
Indien gewenst kan de AOB’er ook tijdens een personeelsvergadering, voorlichting geven over de visuele handicap en de gevolgen daarvan in de schoolsituatie en het dagelijks leven. Collega’s kunnen o.a. ervaren wat een visuele beperking betekent voor de leerling waarmee zij te maken krijgen of hebben.



