Contact
Irma Uijen de KleijnIrma Uijen de Kleijn
Gepubliceerd op

Praten over de visuele beperking

Veel ouders vinden het moeilijk te praten over de visuele beperking van hun kind. Hiervoor bestaat geen gouden regel! Zeker is wel dat praten over de visuele beperking de ontwikkeling van het zelfbeeld van uw kind bevordert. Benoem dat uw kind niet ziet en anderen wel. Hierdoor is voor uw kind direct duidelijk dat de visuele beperking bij hen hoort en een gewoon gespreksonderwerp is.

Sociale omgeving

Iemands sociale omgeving bepaalt veel sterker hoe hij zijn beperking ervaart, dan de beperking zelf. Dus is de houding van ouders, leerkrachten en vrienden bepalend voor de ontwikkeling van het gevoel van eigenwaarde. Veel ouders vinden het lastig met hun kind te spreken over zijn visuele beperking. Er bestaat geen gouden regel hoe dit aan te pakken. We dragen informatie aan en hopen dat u daarop zelf kunt voortborduren.

Ideeën

  • Benader de visuele beperking als iets wat erbij hoort, net zoals zijn lach of haarkleur. Geef uw kind het gevoel dat de visuele beperking een gewoon gespreksonderwerp is.
  • Bij jonge kinderen praat je over het blind zijn als er een aanleiding is. Bijvoorbeeld als het buiten regent, kun je vertellen dat jij ziet dat het regent en dat hij dat hoort en voelt als hij buiten is. Ook kun je uitleggen waarom hij zich stoot. Iets oudere kinderen komen zelfs soms met vragen: ‘Waarom kan ik niet zien?’ Of: ‘Hoe wist jij dat ik een snoepje pakte?’ Of: ‘Mag ik ook zelf met de fiets naar school?’ Zo mogelijk, is het fijn hiervoor direct tijd voor in te ruimen. Door het te bespreken, hoeft uw kind niet aan zichzelf te gaan twijfelen. Dit is iets anders dan helemaal bevatten wat blind zijn betekent. Dat besef komt vaak aan het einde van de kleuterleeftijd. Het onderwerp wordt mysterieus als je het vermijdt.
  • Bij jonge kinderen kunt u ook aansluiten bij wat er in hun spel naar voren komt. Het thema ‘onvolmaakt’ komt nogal eens naar voren. Kinderen spelen bijvoorbeeld dat het autootje met het kapotte wiel niet mee mag doen. Daarop kunt u als ouder inspelen: ‘dat ene wiel doet het misschien niet zo goed, maar die drie andere wielen zijn extra sterk…’
  • De buitenwereld maakt bij prestaties vaak een link met de visuele beperking. Als het niet goed gaat, zegt men: ‘maar dat is logisch, je bent ook blind”. En als er successen zijn, roepen mensen: “en dat met jouw visuele beperking!”. Hiermee lijkt de visuele beperking te bepalen of je bijzonder bent en niet de prestatie op zich. Hang niet alles op aan de visuele beperking! Zie uw kind vooral als kind met zijn eigen karakter en kenmerken. Complimenteer prestaties op waarde. Benoem bijvoorbeeld zijn inspanningen om het succes te behalen.
  • Soms hebben kinderen irreële toekomstverwachtingen. Benoem het verlangen en de wens: ‘Ik kan me voorstellen dat je dat heel graag wilt, dat zou echt fijn zijn…’ Meestal geven kinderen dan uit zichzelf al aan dat het helaas niet kan. Als ze hardnekkig blijven geloven in herstel, ga dan niet in discussie. Soms heeft een kind dit gewoon een tijd nodig.
  • Een zintuigenpaspoort kan helpen om taal te geven aan de beperking en mogelijkheden van uw kind. Het helpt om woorden te geven aan de beperking. Bovendien hebt u direct een document om anderen (bijvoorbeeld de oppas, groepsleiding dagverblijf) te informeren.
  • Voorlezen van boeken of (zelf verzonnen) verhalen biedt ruimte voor gesprek over de visuele beperking en bijbehorende gevoelens.
  • Natuurlijk sta je op momenten ook stil bij wat er niet is. Gevoelens van verdriet en boosheid mogen er zijn. Een aanleiding voor kan bijvoorbeeld zijn dat een ander gezinslid naar de opticien gaat voor zijn (lees)bril.
  • Uw kind kan deelnemen aan groepen bij locaties van Visio en Bartiméus, waar hij andere kinderen ontmoet met een visuele beperking.

Wat zeg je?

  • Wees eerlijk als u met uw kind praat. Het lijkt aardig om uw kind een akelige boodschap te besparen. Toch is het eerlijk beantwoorden van vragen, hoe moeilijk ook, wel duidelijker.
  • Ga uit van de vragen van uw kind. En ‘ik weet het niet’ kan ook een antwoord zijn. Pas uw antwoorden aan op het ontwikkelingsniveau van uw kind.
  • Als uw kind visuele restfunctie heeft, kan hij vragen of hij helemaal blind wordt. Een moeilijke vraag, vooral als het onzeker is of als de visuele restfunctie afneemt. Zoals gezegd, is een eerlijk antwoord een goede mogelijkheid. Praat hierover met de oogarts om meer duidelijkheid te krijgen. U kunt de oogarts vragen het perspectief met uw kind te bespreken.
  • Geef niet teveel informatie ineens. Laat uw kind terug vertellen wat hij begrepen heeft. En laat uw kind meepraten. Vraag hem welke woorden hij wil gebruiken. Sommige ouders gebruiken liever ‘jij ziet niet’ dan ‘jij bent blind’. Misschien heeft uw kind zelf een voorkeur.
  • Zorg dat u anderen niet de schuld geeft. Dit helpt niet. Hierdoor wordt het aanvaarden van de diagnose vaak alleen maar lastiger. Vermijd ook valse verwachtingen. Hoewel er hard gewerkt wordt aan allerlei medische en technologische middelen, is het vaak toekomstmuziek! Wees hierin realistisch.
  • Het is belangrijk uw kind niet als slachtoffer te beschouwen. Dit helpt niet in het opbouwen van zelfvertrouwen. Bespreek wat niet kan, sta hierbij stil en eindig met welke mogelijkheden er wel zijn voor uw kind.

Ontwikkeling

Kinderen krijgen rond de leeftijd van zes jaar het besef dat ze anders zijn. Wanneer ze beseffen dat blind zijn niet gebruikelijk is, zullen zij vragen gaan stellen. Dit kan gepaard gaan met emoties. Kinderen kunnen verdrietig zijn, verontwaardigd en boos. Voor ouders is dit vaak een moeilijke fase. Deze emoties mogen er zijn en praat erover! Kinderen gaan zichzelf vergelijken met andere kinderen. Blinde kinderen komen in de eigen omgeving niet altijd andere kinderen tegen met dezelfde beperking. Deelname aan een groepje kan prettig zijn, omdat uw kind dan ervaart dat er meer kinderen zijn die blind zijn. En mogelijk dezelfde vragen en emoties hebben. Als een kind ouder wordt, komt hij vaker in een omgeving waar hij niet kan terugvallen op de steun van ouders. Daarom moeten zij zelf ook uitleg kunnen geven over hun visuele beperking. En moeten leren om zelf hulp te vragen. In de puberteit ontstaat meer zelfbewustzijn. Er rijzen vragen als ‘wie ben ik?’, ‘wat kan ik?’ en ‘wat wil ik?’.

 

Wie praat er met mijn kind?

Een ouder kent zijn kind natuurlijk het beste: hoe hij is als persoon, hoe hij de wereld verkent, omgaat met uitdagingen, wat hij leuk en moeilijk vindt en wat hem motiveert als iets niet direct lukt. Deze unieke eigenschappen vormen de basis voor gesprekken met uw kind. Wanneer kinderen wat ouder zijn, bestaat er soms behoefte om meer te weten. Er worden toekomstgerichte vragen gesteld, zoals ‘welk werk kan ik gaan doen’. Sommige jongeren vinden het moeilijk dit met hun ouders te bespreken. Ze hebben het gevoel hun ouders te kwetsen met hun vragen en gevoelens. Soms hebben ze het idee dat hun ouders niet eerlijk zullen zeggen wat ze niet kunnen. En het meteen goed willen maken. Of ze hebben de indruk dat ouders niet alle vragen kunnen beantwoorden. Overweeg dan een gesprek met een begeleider of een jongere of volwassene die ook blind is.

 

Aandacht voor eigen gevoelens

Het kan zijn dat u er als ouder nog onvoldoende klaar voor bent om te praten over de visuele beperking. Dit kan samenhangen met uw eigen gevoelens over het blind zijn van uw kind. U wilt uw eigen emoties van pijn en bezorgdheid niet neerleggen bij uw kind. Toch kan het helpen deze gevoelens op enig moment te delen. Een kind voelt zich dan gesteund. En weet dat hij dit niet als enige voelt. Voor kinderen kan het goed zijn te horen dat deze gevoelens er ook mogen zijn en bespreekbaar zijn. Naast het verdriet kan dan ruimte komen voor de mogelijkheden tot ondersteuning.

 

Wat als het anders gaat

Sommige kinderen willen niet praten over de visuele beperking. Geef uw kind hiervoor de ruimte. Forceren heeft geen zin en veroorzaakt vaak alleen frustratie. Vaak komen de vragen op een ander moment wel naar voren. U kunt ook ondersteuning bieden op andere manieren. Praktische dingen aanpakken, zoals oplossingen vinden voor het meedoen tijdens de gym. Ook kunt u troosten door er gewoon te zijn of afleiding bieden. Als de emoties rond de beperking uw kind belemmeren, dan is therapie een mogelijkheid. Sommige kinderen blijven het moeilijk vinden te praten over de visuele beperking. Ze zwijgen, lopen weg, worden boos of verdrietig. Voor deze kinderen kan het fijn zijn begeleiding te krijgen door iemand die wat verder van ze af staat. Zo kunnen zij leren over hun beperking te praten en ermee om te gaan. Of misschien is het prettig om aan een groep deel te nemen met andere kinderen met een visuele beperking. Of juist contact aan te gaan met een wat ouder rolmodel.

 

Inspiratie

  • Antle, J.B. (2004). Factors associated with selfworth in young people with physical disabilities. Health and Social Word, 29, 167-169.
  • Eijden, A., Franssen, Y. (2015). Praten met kinderen over hun visuele beperking. Informatie voor de leerkracht. Huizen: Koninklijke Visio.
  • Holton, S. Caswell, R. Pilling, R. (2017). Tough talks. Talking to children about sight loss. RNIB Supporting people with sight loss. http://www.rnib.org.uk/practical-help-family-friends-and-carers-resources-parents-blind-or-partially-sighted-children
  • Kef, S. (2006). Omgaan met anderen en jezelf. Onderzoek naar de psychosociale ontwikkeling, sociale netwerken en opvoeding van jongeren en jongvolwassenen met een visuele beperking. Amsterdam: Vrije universiteit.
  • Looijestijn, P. (2004). Het visueel profiel. Een onderzoek naar visuele perceptie, visuele activiteiten, participatie, probleemgedrag en opvoedingskenmerken bij kinderen en jongeren met oculaire slechtziendheid. Groningen: Stichting Kinderstudies.
  • Roemer, S. (2008). Self-confidence a keyword to my future. The Educator, XX (2) 16-20.

 

Auteur: Irma Uijen de Kleijn, orthopedagoog Visio, januari 2018

 

Leesboeken en voorleesboeken
Titel: Leesboeken en voorleesboeken (35 clicks)
Onderschrift:
Filename: leesboeken-en-voorleesboeken.pdf
Size: 141 KB
Persoonlijkeidsontwikkeling, Ans van Eijsden
Titel: Persoonlijkeidsontwikkeling, Ans van Eijsden (11 clicks)
Onderschrift:
Filename: persoonlijkeidsontwikkeling-ans-van-eijsden.pdf
Size: 334 KB
praten met kinderen over hun visuele beperking
Titel: praten met kinderen over hun visuele beperking (48 clicks)
Onderschrift:
Filename: praten-met-kinderen-over-hun-visuele-beperking.pdf
Size: 242 KB

Deel dit artikel